Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder
Heilijgers projectontwikkeling B.V., te Amersfoort, gemachtigde: mr. H.S. Kleemans.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft twee omgevingsvergunningen verleend op 6 september 2019 voor het bouwen van 15 en 39 woningen in een plangebied nabij de woning van eiser. Eiser stelde dat hij belanghebbende is omdat het bouwplan zijn woongenot aantast, onder meer door het verdwijnen van bospercelen die geluid dempen en door zorgen over flora en fauna.
De rechtbank heeft beoordeeld of eiser belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hoewel eiser zicht heeft op het bouwplan, is de afstand tot de nieuwbouwwoningen tussen 90 en 115 meter met een strook bomen en struiken ertussen. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke gevolgen voor eiser van geringe betekenis zijn en dat hij geen persoonlijk belang heeft bij het besluit.
Daarnaast is niet aannemelijk geworden dat het bouwplan significante milieugevolgen zoals geluid, licht of trilling veroorzaakt. Het beroep op de Wet Natuurbescherming faalt omdat een ontheffing is verleend en eiser geen persoonlijk belang onderscheidt van anderen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De omgevingsvergunningen blijven ongewijzigd van kracht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen belanghebbende is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.