ECLI:NL:RBMNE:2020:2804
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft meerdere aanvragen voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ingediend, die allen zijn afgewezen door het dagelijks bestuur Werk en Inkomen Lekstroom. Tegen deze besluiten zijn bezwaren ingediend en beroep ingesteld. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing van de uitkering te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van onverwijlde spoed, omdat het geschilbedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald, inclusief wettelijke rente. Verzoekster stelde dat zij met haar inkomsten alleen haar vaste lasten kon betalen en nauwelijks geld overhield voor voedsel, maar uit de overgelegde stukken bleek dat zij diverse toeslagen en kinderbijslag ontving, evenals bedragen op haar rekening die niet aannemelijk als leningen waren aangemerkt.
Er was geen bewijs dat verzoekster in een acute financiële noodsituatie verkeerde of dat een onomkeerbare situatie, zoals een dreigende uithuiszetting, zich voordeed. Ook was niet aannemelijk dat de bestreden besluiten evident onrechtmatig waren, zodat zonder diepgaand onderzoek kon worden aangenomen dat de besluiten onjuist waren.
Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid, wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.