Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort gedingprocedure vordert de werknemer, werkzaam als Head of Online, dat de werkgever hem binnen 24 uur na betekening van het vonnis weer in de gelegenheid stelt zijn gebruikelijke werkzaamheden te verrichten. De werknemer was sinds januari 2019 arbeidsongeschikt wegens spanningsklachten en meldde zich per 30 maart 2020 hersteld, waarna hij op non-actief werd gesteld. De werkgever stelde dat de non-actiefstelling was ingegeven door een aanstaande reorganisatie en later vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de reorganisatie nog onvoldoende concreet is om een geldige reden te vormen voor de non-actiefstelling en dat de verstoorde arbeidsverhoudingen niet zodanig ernstig zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk is. De werknemer heeft een zwaarwegend belang bij het verrichten van zijn overeengekomen arbeid, dat zwaarder weegt dan de belangen van de werkgever om hem op non-actief te houden.
De vordering tot wedertewerkstelling wordt daarom toegewezen, met een dwangsom voor het geval de werkgever niet binnen 48 uur aan het vonnis voldoet. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werknemer wordt binnen 48 uur weer in zijn functie toegelaten met een dwangsom bij niet-naleving.