ECLI:NL:RBMNE:2020:2554

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2020
Publicatiedatum
3 juli 2020
Zaaknummer
UTR 19/1781
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 35 AwirArt. 3:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaarschrift tegen besluit Belastingdienst Toeslagen

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen een besluit van de Belastingdienst Toeslagen van 12 januari 2019. Het bezwaar was ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, namelijk op 22 oktober 2018, terwijl het besluit op 3 augustus 2018 bekend was gemaakt. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar hierdoor niet-ontvankelijk is.

Eiser voerde aan dat hij tijdig bezwaar had gemaakt en dat er mogelijk een verzendfout was opgetreden. Tevens gaf hij aan dat een operatie de vertraging veroorzaakte. De rechtbank erkent de situatie van eiser, maar stelt dat dit geen geldige reden vormt om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De termijn is een fatale termijn van openbare orde die ambtshalve moet worden gehandhaafd.

De rechtbank concludeert dat de Belastingdienst terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaarschrift zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/1781

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de Belastingdienst / Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 12 januari 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In een zaak die valt onder Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), zoals deze zaak, moet een bezwaarschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 35 van Pro de Awir).
3. In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 3 augustus 2018. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 14 september 2018 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 22 oktober 2018. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Verweerder heeft aan eiser gevraagd waarom hij het bezwaarschrift na de termijn heeft ingediend. Eiser zegt dat hij niet te laat is, omdat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt en dat er bij de verzending waarschijnlijk iets fout is gegaan. Daarnaast geeft eiser aan dat hij geopereerd is en daarom te laat is.
5. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiser, is de rechtbank van oordeel dat dit geen geldige reden is voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Het is ook onder deze omstandigheden de verantwoordelijkheid van eiser om op tijd bezwaar te maken, of dat voor hem te laten doen. Daarnaast heeft eiser geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat het bezwaarschrift wel tijdig is ingediend. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift een fatale termijn van openbare orde is, die ambtshalve moet worden beoordeeld. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het bezwaar zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier, op 2 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.