ECLI:NL:RBMNE:2020:2447

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2020
Publicatiedatum
30 juni 2020
Zaaknummer
19/2888
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep gebruikersbelasting

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen gebruikersbelasting 2019 nadat verweerder had vastgesteld dat zij de gebruiker was van een adres en daarom de belasting moest betalen. Verweerder heeft later het besluit herroepen en de aanslagen vernietigd, waarna verzoekster haar beroep introk.

Verzoekster vroeg vervolgens vergoeding van haar proceskosten, bestaande uit het griffierecht. De rechtbank overweegt dat het griffierecht niet tot de proceskosten behoort die vergoed kunnen worden, maar rechtstreeks door verweerder aan verzoekster moet worden betaald op grond van artikel 8:41, zevende lid van de Awb.

Omdat niet is gebleken dat verzoekster andere proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het griffierecht niet tot de proceskosten behoort en andere proceskosten niet zijn aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/2888

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,

(gemachtigde: J.J.C. Gresnigt),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 26 november 2019 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 26 juni 2019 een beslissing op bezwaar genomen. Daarin heeft verweerder beslist dat verzoekster de gebruikster is van het adres [adres] te [woonplaats] en dat verzoekster daarom de gebruikersbelastingen voor het belasting jaar 2019 moet betalen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 26 november 2019 heeft verweerder een nieuw besluit genomen, waarmee hij terugkomt op het besluit van 26 juni 2019 en de aanslagen gebruikersbelasting voor het belastingjaar 2019 vernietigt. Verweerder heeft daarmee gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten, bestaande uit het griffierecht van € 47,-. Griffierecht valt niet onder de proceskosten.
2. Verweerder is verplicht het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41, zevende lid van de Awb). Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.
3. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van L.J.N. van der Linden, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.