Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
.Aangeefster zag dat deze persoon een pistool in zijn hand had en deze op haar richtte. Vervolgens zag zij dat een tweede persoon de voordeur verder opende. Aangeefster is hard gaan gillen, iets van "help, politie" of woorden van gelijke strekking. Aangeefster zag dat haar zoon [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) naar beneden kwam, maar dat hij ook direct weer naar boven wilde lopen. Zij zag dat de donkere persoon achter [slachtoffer 1] de trap op rende en hoorde de donkere persoon in de richting van [slachtoffer 1] roepen "kom naar beneden, anders schiet ik je” of woorden van gelijke strekking. Aangeefster zag dat [slachtoffer 1] weer naar beneden kwam gelopen. Aangeefster zag dat de tweede persoon haar met een mes bedreigde en dat mes heel dicht bij haar hoofd en nek hield. Aangeefster zag en hoorde dat [slachtoffer 1] door de donkere persoon bedreigd werd met het pistool. Hij moest in de kamer op de grond gaan liggen. Zij zag dat de donkere persoon het pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 1] aan drukte en hoorde de donkere persoon tegen [slachtoffer 1] roepen, "waar is de kluis". Aangeefster hoorde de tweede persoon tegen [slachtoffer 1] schreeuwen; "waar is de kluis, als je liegt maak ik je dood", of woorden van gelijke strekking. Terwijl zowel aangeefster als [slachtoffer 1] op de grond lagen, zag zij dat de tweede persoon naar [slachtoffer 1] liep en hem een harde trap tegen zijn borstkas gaf.. Aangeefster zag dat de donkere persoon een koffer in zijn hand had, waarvan zij weet dat er een drone en een iPad in zaten. Aangeefster hoorde de donkere persoon roepen "wat zit er in die koffer" of woorden van gelijke strekking. Zij zag dat de donkere persoon de koffer pakte en samen met de tweede persoon hard naar buiten rende. De donkere persoon droeg een donkere jas met capuchon, donkere broek, zwarte bivakmuts en zwarte handschoenen. [3]
Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en drie willekeurige onbekende personen.
Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van vier willekeurige onbekende personen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
De kans op recidive op een soortgelijk delict wordt ingeschat als matig. De beperkte probleemoplossings- en emotieregulatie vaardigheden van verdachte in combinatie met zijn omgang met delinquente leeftijdsgenoten en het beperkte toezicht vanuit de thuissituatie dragen daar aan bij. Met betrekking tot een op te leggen sanctie adviseert de deskundige om verdachte, vanuit zorgoogpunt en ter verlaging van het recidiverisico, aan te melden voor individuele ambulante psychologische behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling. Van belang is dat de behandeling zich richt op het reguleren van boosheid, omgaan met (negatieve) emoties en verbeteren van copingvaardigheden in de omgang met conflicten. Verdachte toont zich gemotiveerd voor een dergelijke behandeling. Van belang is dat de moeder van verdachte bij de behandeling betrokken wordt in de vorm van ouderbegeleiding of systeemtherapie. Ook beveelt de deskundige voortzetting van het jeugdreclasseringstraject aan, zodat er toezicht is op de schoolgang van verdachte en er toegewerkt kan worden naar een positieve vrijetijdsbesteding (hobby en bijbaan). De deskundige adviseert de behandeling en begeleiding evenals een positieve vrijetijdsbesteding op te nemen als bijzondere voorwaarden binnen een jeugdreclasseringsmaatregel.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
jeugddetentievan
8 maanden;
3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding binnen vijf dagen na onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland, op het adres Haagbeukweg 149 te Almere, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;
- zich zal houden aan de (het gedrag van de veroordeelde betreffende) voorwaarde dat hij gedurende de maatregel/tot aan het behalen van een diploma, meewerkt aan een passende dagbesteding in de vorm van school;
- zich onder behandeling zal stellen van De Waag of een soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;