ECLI:NL:RBMNE:2020:2307
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €312.000 voor het belastingjaar 2019, en vorderde een lagere waarde van €255.000. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde straat en uit hetzelfde bouwjaar.
Tijdens de zitting, die vanwege de coronamaatregelen via Skype plaatsvond, werd vastgesteld dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiser voerde onder meer aan dat een verkoopcijfer van een woning die niet in de taxatiematrix was meegenomen, wijst op een te hoge waardering, maar de rechtbank oordeelde dat dit verkoopcijfer minder relevant was vanwege de afstand tot de waardepeildatum.
De rechtbank stelde vast dat de taxateurs het eens waren over de staat van onderhoud en bouwkundige kwaliteit van de woning en dat het eigen taxatierapport van eiser onvoldoende inzicht bood in de waardeverhouding met referentiewoningen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €312.000 wordt ongegrond verklaard.