Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
a.
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen. Betrokkene en haar advocaat waren gehoord, evenals een arts in opleiding tot specialist (AIOS).
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de toelichting van de AIOS bleek dat betrokkene een ontremd toestandsbeeld vertoont, niet in staat is voor zichzelf te zorgen en bij het niet innemen van medicatie agressief kan worden. Er is een ernstig risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk en minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde vormen van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk zijn, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 10 december 2020. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, en staat open voor cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding.