ECLI:NL:RBMNE:2020:2208
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Meulder
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning te Utrecht, die door verweerder was vastgesteld op €330.000,- voor het belastingjaar 2019. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type. De rechtbank oordeelde dat verweerder hiermee aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De verschillen tussen de woning en referentiewoningen, zoals het ontbreken van een uitbouw en extra kamer, waren in de taxatiematrix adequaat verwerkt.
Eiseres voerde aan dat de waarde lager zou moeten zijn vanwege het ontbreken van deze uitbreidingen, onderbouwd met oude offertes. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende om het beroep toe te wijzen, mede omdat investeringskosten niet gelijk staan aan marktwaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.