ECLI:NL:RBMNE:2020:2205

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
16 juni 2020
Zaaknummer
C/16/502257 / FA RK 20-3001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 juni 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1983, met een licht verstandelijke beperking.

Betrokkene verbleef vrijwillig in een zorginstelling, maar de behandelaar gaf aan dat er risico's zijn door verkeerde keuzes van betrokkene, zoals alcoholgebruik in combinatie met medicatie, wat ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang kan veroorzaken. Betrokkene is beperkt in begrip en overzicht, waardoor hij de gevolgen van zijn handelen niet goed kan overzien. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven.

Hoewel betrokkene zich wisselend verzet tegen opname, vooral in moeilijke periodes, is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging. De rechtbank verleent de machtiging voor de maximale duur van zes maanden, omdat de vorige machtiging was verlopen. De beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven en op 9 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden om ernstig nadeel bij betrokkene te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/502257 / FA RK 20-3001
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 2 juni 2020,naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Colombia),
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. S.M.G. Weitjens.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 mei
2020.
Bij het verzoekschrift zijn onder meer de volgende bijlagen gevoegd:
  • het indicatiebesluit van 17 februari 2014;
  • de aanvraag van 21 april 2020;
  • de medische verklaring van 23 april 2020, opgesteld en ondertekend door [A] , psychiater;
  • de verklaring van de zorgaanbieder;
  • het zorgplan inclusief bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020.
In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden.
1.3.
Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
  • de betrokkene, bijgestaan door mr. S.M.G. Weitjens,
  • mevrouw [B] , de behandelaar.
De betrokkene en de behandelaar bevonden zich in afzonderlijke ruimtes. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
1.4.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan. De kennisgeving mondelinge uitspraak is per mail aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder toegestuurd.

2.Beoordeling

2.1.
De advocaat van betrokkene heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Betrokkene is tevreden over zijn verblijf en wil graag bij de [naam locatie] blijven wonen. Een machtiging is hiervoor niet nodig omdat betrokkene zijn verblijf op vrijwillige basis wil voortzetten. Subsidiair verzoekt de advocaat namens betrokkene de rechterlijke machtiging te verlenen voor maximaal zes maanden omdat de vorige machtiging is verlopen.
2.2.
De behandelaar heeft gepleit voor een rechterlijke machtiging. Betrokkene heeft meerdere keren laten merken dat hij tevreden is over zijn verblijf. Er bestaan echter wel zorgen op momenten dat betrokkene verkeerde keuzes maakt en hij hierdoor zichzelf en zijn omgeving in gevaar brengt. Betrokkene is bekend met alcoholgebruik. Vanwege het gebruik van medicatie ontstaan hierdoor risico’s voor zijn gezondheid. Ook wanneer het slechter gaat met betrokkene, kan hij uit contact blijven. Het is van belang om juist op de momenten van spanning betrokkene tegen zichzelf in bescherming te nemen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene een licht verstandelijke beperking heeft.
2.4.
Deze licht verstandelijke beperking leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.5.
Ter toelichting op het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene is beperkt in begrip en heeft weinig chronologisch overzicht. Hierdoor overziet betrokkene niet de gevolgen van zijn handelen. Betrokkene begrijpt niet dat hij door het gebruik van alcohol zichzelf in de problemen brengt. Hoewel betrokkene tevreden is over de plek waar hij nu verblijft, kan hij op momenten dat het minder goed gaat daar anders over denken. Betrokkene is niet in staat zich zelfstandig staande te houden, maar hij is afhankelijk van de structuur en de begeleiding die hem wordt geboden.
2.6.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.7.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.8.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Dit verzet is wisselend aanwezig, maar vooral op de momenten dat het minder goed gaat met betrokkene vertoont hij verzet.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De rechtbank zal de machtiging, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn van twee jaar, verlenen voor de voor een eerste rechterlijke machtiging tot opname en verblijf maximale duur van zes maanden. Dit omdat de voorgaande machtiging is verlopen op 10 mei 2020. De rechterlijke machtiging geldt aldus tot en met 2 december 2020.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Colombia);
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven door mr. D.J. van Maanen, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van N.L.J. Hitijahubessij als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 9 juni 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.