Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht onder 2.1:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1951, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift, medische verklaring, zorgplan, bevindingen van de geneesheer-directeur en eerdere machtigingen. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, werden betrokkene en zijn psychiater gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene zonder verplichte zorg waarschijnlijk zal stoppen met medicatie, wat leidt tot ernstige psychotische ontregeling en risico op ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De zorgmachtiging omvatte verplichte medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, opname in een accommodatie en andere maatregelen, waarbij ambulante zorg primair is en klinische opname als stok achter de deur dient.
De rechtbank kende de zorgmachtiging toe voor zes maanden, startend met ambulante zorg en met mogelijkheid tot toepassing van zwaardere maatregelen bij onvoldoende effect. Het verzoek om meer of andere zorgvormen werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte ambulante medicatie en klinische opname als noodmaatregel.