AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 1 mei 2020 om voortzetting van een op 30 april 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 4 mei 2020 vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, zijn advocaat, psychiater, moeder en persoonlijk begeleider werden gehoord.
De crisismaatregel omvatte diverse vormen van verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding en lichaam, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene gaf aan zich goed te voelen, maar de advocaat benadrukte zorgen over een negatieve spiraal en vroeg om het uitsluiten van medicatie en communicatiemiddelen uit de maatregel.
De psychiater lichtte toe dat de situatie onveranderd ernstig is en dat opname ontregelend werkt, met het oog op een toekomstige terugkeer naar huis. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis (schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen) en dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk, evenredig en effectief is. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 25 mei 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 25 mei 2020.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/501779 / FA RK 20-2836
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 4 mei 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. O.C. Bondam.
1.Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 mei 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 30 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 30 april 2020;
de medische verklaring d.d. 30 april 2020;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 mei 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden.
1.3.
Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
de betrokkene, bijgestaan door mr. O.C. Bondam,
mevrouw [A] , psychiater,
mevrouw [B] , de moeder van betrokkene,
mevrouw [C] , persoonlijk begeleider van betrokkene.
De betrokkene, de psychiater, de moeder en persoonlijk begeleider van betrokkene waren in dezelfde ruimte. De advocaat van betrokkene bevond zich in een afzonderlijke ruimte.
De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt.
2.Beoordeling
2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 WvggzPro, opgenomen:
toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
opnemen in een accommodatie.
2.2.
Betrokkene heeft verklaard dat het goed met hem gaat omdat hij goed functioneert.
2.3.
De advocaat van betrokkene heeft verder opgemerkt dat de moeder en de persoonlijk begeleider van betrokkene zich zorgen maken over een negatieve spiraal waarin betrokkene terecht is gekomen. In het verleden heeft betrokkene ook zonder medicatie goed gefunctioneerd. Sinds betrokkene medicatie is gaan gebruiken, is het bergafwaarts gegaan en vertoont betrokkene agressief gedrag. Namens betrokkene heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met het verzoek om bij toewijzing van het verzoek de vormen van verplichte zorg die zien op het toedienen van medicatie en het beperken van gebruik van communicatiemiddelen buiten beschouwing te laten.
2.4.
De psychiater heeft verklaard dat in een korte periode wederom om een crisismaatregel is verzocht omdat de aanvraag van een zorgmachtiging voor betrokkene vertraging heeft opgelopen. Ondanks dat de situatie van betrokkene onveranderd is gebleven, is duidelijk geworden dat een opname ontregelend werkt voor betrokkene. Er zal daarom ook de komende periode gekeken worden op welke manier naar huis kan worden toegewerkt. De psychiater heeft verzocht om bij toewijzing van het verzoek aan te sluiten bij de vormen van verplichte zorg die bij de eerdere machtiging zijn verleend.
2.5.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in ernstig lichamelijk letsel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding onder aen de vormen van verplichte zorg onder gen j. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden, en aldus geldt tot en met 25 mei 2020.
3.Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie;.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 mei 2020.
Deze beschikking is op 4 mei 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door N.L.J. Hitijahubessij als griffier, en op 14 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.