ECLI:NL:RBMNE:2020:2147
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na herbeoordeling arbeidsvermogen
Eiseres werkte als verkoopster en meldde zich ziek na een val. Na faillissement van haar werkgever werd haar dienstverband beëindigd en kreeg zij een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat zij met haar beperkingen 100% van haar eerdere inkomen kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd per 1 maart 2018.
Eiseres maakte bezwaar, stellende dat zij de geselecteerde functies niet kon uitvoeren vanwege haar beperkingen, waaronder artrose en fibromyalgie. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige herbeoordeelden haar situatie en concludeerden dat zij nog steeds 100% kon verdienen, waarop het UWV het besluit handhaafde.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk was en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing had om het tegendeel aan te tonen. Ook wees de rechtbank het verzoek af om een onafhankelijke deskundige in te schakelen, omdat het proces eerlijk was verlopen en voldoende medische informatie beschikbaar was.
De arbeidsdeskundige had drie functies geselecteerd die eiseres ondanks haar beperkingen kon uitvoeren. De rechtbank volgde eiseres niet in haar bezwaren tegen de geschiktheid van deze functies. Gezien het verdienvermogen van 100% was de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 maart 2018.