Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK FEIT 2
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS TEN AANZIEN VAN FEIT 1
Op dinsdag 4 april 2017, omstreeks 14.30 uur ontving de brandweer Veenendaal de melding dat in een vrijstaand kantoorpand aan de [adres] te [woonplaats] stankklachten waren. (…) Nader onderzoek wees uit dat in diverse ruimtes apparatuur stond welke kon worden gerelateerd aan de productie van (synthetische) drugs. (…) Op deze locatie heb ik op dinsdag 3 april 2017[de rechtbank leest: dinsdag 4 april 2017]
, omstreeks 16.00 uur een onderzoek ingesteld naar het aangetroffen laboratorium. (…)
Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging/bewerking (synthetische) drugs op de locatie [adres] , [woonplaats] , 4 april 2017", onder meer het volgende geschreven:
2 Onderzoek ter plaatse
“Bevat het onderzoeksmateriaal substanties die vermeld zijn op een van de lijsten van de Opiumwet of op de bijlage van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc)
Is het onderzoeksmateriaal gerelateerd aan de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?
V: Maak jij van meerdere mobiele telefoons gebruik?
Ik zag in een ordner met het opschrift [bedrijf 1] 2017 (nummer beslag: B02.03.001.014) een tweetal facturen van het bedrijf [bedrijf 2] . De eerste factuur was van 22 februari 2017 en gericht aan [bedrijf 1] BV, de heer [verdachte] [adres] te [woonplaats] . Op deze factuur stond onder andere een roerwerk, een poeder toevoer hopper, een IBC verwarmingsjacket en een IBC container. Het totaalbedrag op deze factuur was € 6.834,94 en dit bedrag werd volgens de factuur contact voldaan." [9]
O: De goederen die bij [bedrijf 2] zijn besteld via de mail.
De bedrijfsruimte en het kantoor op de tussenverdieping is per 1 juli 2016 verhuurd aan [bedrijf 1] B.V. Alle contacten, dus ook de ondertekening, verliepen via [verdachte] . (…) De bedrijfsruimte en kantoorruimte zijn leeg opgeleverd. (…) [bedrijf 1] B.V. ( [verdachte] ) zou in het pand een bedrijf starten met energydrank en die drank zou heten: Cannabis.
Op 5 juli 2017 werd (…) bij de ING bank over de periode gelegen tussen 10 juni 2016 en 6 april 2017, de gegevens opgevraagd van het rekeningnummer [rekeningnummer] . Deze rekening stond op naam van [verdachte] ( [bedrijf 1] BV). Uit de ontvangen bankgegevens bleek dat er een aantalkasstortingen waren gedaan bij de ING/Breukelen en wel op de volgende data:
(…) Als ik daar kwam deden zij de deur open. Ik heb nooit de sleutel die ik had gebruikt om het pand in te komen. (…) Ik deed zaken met [medeverdachte] . (…) Ik heb meer dan € 300.000 eigen geld in [bedrijf 1] gestoken. ." [13]
- i) verdachte heeft een grote bedrijfsruimte met bovenliggende kantoorruimte gehuurd tegen een aanzienlijke huurprijs (€ 5.307,62 per maand) en heeft die ruimte vervolgens geheel ter beschikking gesteld aan een ander, zonder dat daar enige (financiële) tegenprestatie van die ander tegenover stond;
- ii) verdachte heeft steeds wisselende verklaringen afgelegd over waar de gehuurde bedrijfsruimte voor gebruikt zou worden en in welke zaken men zou gaan handelen. Zo heeft hij tegen vastgoedbeheerder [getuige 1] gezegd dat de ruimte zou worden gebruikt voor de handel in Cannabis energydrank en later dat in groente en fruit zou worden gehandeld. Tegen de politie heeft verdachte verklaard dat het zou gaan om de im- en export van wijn en dat er ook een grote hoeveelheid koffie zou zijn ingekocht. Op de zitting van 25 mei 2020 heeft verdachte vervolgens (voor het eerst) verklaard dat het gehuurde gebruikt zou worden voor de handel in een drank bestaande uit een mengsel van wijn en cola;
- iii) verdachte heeft verklaard na aanvang van de huur eerst maandenlang niet of nauwelijks bij het gehuurde te zijn geweest. Pas vanaf februari 2017 is dit veranderd en toen is verdachte om de week naar het pand gegaan om de post op te halen. Hij is naar eigen zeggen enkel het pand binnengegaan als anderen voor hem de deur open deden (terwijl hij zelf de huurder was en een sleutel had ontvangen). Dat blijkt ook uit de verklaring van [getuige 2] over de gang van zaken na de eerste melding van een lekkage op 3 april 2017. Dit is - mede gezien de toenmalige moeilijke financiële situatie van verdachte - geen logisch zakelijk gebruik van een groot en prijzig gehuurd pand;
- iv) alle sloten van het gehuurde pand zijn binnen enkele maanden na aanvang van de huur door een ander dan verdachte vervangen, waarbij verdachte zegt dat hij daarna niet heeft gecontroleerd of hij met zijn sleutel nog wel bij de door hemzelf gehuurde bedrijfsruimte naar binnen kon;
- v) na aanvang van de huur is de deur die vanuit de hal van binnenkomst naar de bedrijfsruimte leidt afgeplakt met matte folie en vuilniszakken;
- vi) verdachte heeft zeer specifieke goederen, waaronder de poeder toevoer hopper en roeras besteld op verzoek van [medeverdachte] tegen een aanzienlijke koopprijs (€ 6.834,94), zonder zich na te gaan waar die goederen voor zouden worden gebruikt; verdachte wist dat dezegoederen contant zijn betaald;
- vii) Daarnaast heeft verdachte/ [bedrijf 1] B.V. in dezelfde periode ook een autobus van het merk/type Renault Master aangeschaft tegen contante betaling van een bedrag van € 9.500; Deze bus werd ook door [medeverdachte] gebruikt;
- viii) verdachte heeft van [medeverdachte] een aparte telefoon gekregen met de instructies om onderling alleen met die telefoon te communiceren en dan alleen per SMS;
- ix) verdachte/ [bedrijf 1] B.V. heeft aanzienlijke bedragen geïnvesteerd , zonder dat daar enige inkomsten tegenover stonden. Zo zijn twee vrachtwagens, een palletwagen en de autobus aangeschaft. In de betrokken periode zijn grote contante bedragen gestort op de bankrekening van [bedrijf 1] B.V. Het gaat in totaal om € 55.150 over een periode van 8 maanden.
- x) Ook na negen maanden bestond er nog geen concreet zicht op inkomsten uit handel, terwijl verdachte naar eigen zeggen op dat moment inmiddels circa
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
gevangenisstrafvoor de duur van
99 dagenop, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest. Daarbij heeft de rechtbank het volgende meegewogen.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder feit 1 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.