ECLI:NL:RBMNE:2020:209
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning nabij windturbine ongegrond verklaard
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een woonplaats, waarbij verweerder de waarde had vastgesteld op €367.000,- per 1 januari 2018. Eiser stelde een lagere waarde van €225.000,- voor, onderbouwd met een eigen taxatierapport en taxatiematrix.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast droeg om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Verweerder had een taxatiematrix overgelegd waarin de woning werd vergeleken met vier vergelijkbare woonboerderijen, waaronder een woning nabij een windturbine. De rechtbank achtte deze referentiewoningen passend en vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen.
Hoewel partijen het eens waren over het waardeverlagend effect van de nabijheid van de windturbine, verschilden zij over de hoogte van de correctie. Eiser vond een correctie van 20% passend, verweerder hanteerde 10%. De rechtbank volgde verweerder, mede omdat de aftrek gebaseerd was op een meerjarige analyse van verkoopcijfers en de verwachting dat de windturbines op termijn verdwijnen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning nabij een windturbine wordt ongegrond verklaard.