ECLI:NL:RBMNE:2020:2082
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid na melding verslechtering gezondheid
Eiseres, een verkoop- en kassamedewerker, meldde op 1 maart 2019 een verslechtering van haar gezondheid aan het UWV. Het UWV stelde daarop haar arbeidsongeschiktheidspercentage bij van 49,02% naar 37,99% met een restverdiencapaciteit van €1.158,93. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard, maar later werd gewijzigd in haar voordeel. Desondanks bleef zij van mening dat het onderzoek door de verzekeringsartsen onvoldoende zorgvuldig was, omdat er geen informatie was opgevraagd bij haar behandelaars.
De rechtbank oordeelde dat het UWV mag vertrouwen op de rapporten van verzekeringsartsen mits deze zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had volgens de rechtbank voldoende onderzoek gedaan en had geen noodzaak om aanvullende informatie bij behandelaars op te vragen. De medische informatie die eiseres zelf had ingediend, leidde niet tot twijfel over het medisch oordeel.
Eiseres voerde verder aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, onder meer op het gebied van houding, knijp- en grijpkracht en nekklachten. De rechtbank vond echter dat deze klachten onvoldoende afwijken van het medische oordeel van de verzekeringsarts. Ook de door de arbeidsdeskundige geduide functies werden passend geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde het UWV in de proceskosten van €525,- vanwege de wijziging van de beslissing op bezwaar tijdens de procedure.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.