Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren, verweerder
Stichting Verenigde Kolonie, gemachtigde: H. Timmerman.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van een boom op zijn perceel. Verweerder heeft de vergunning verleend, maar met een herplantplicht voor een linde van bepaalde omvang. Derde-partij maakte bezwaar tegen het primaire besluit, dat ongegrond werd verklaard. Eiser is het niet eens met de herplantplicht en stelt dat de boom geen landschappelijke waarde heeft en dat herplanting onnodig en kostbaar is.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van de gemeentelijke APV bevoegd is om een herplantplicht te verbinden aan de vergunning en dat deze beleidsruimte slechts terughoudend kan worden getoetst. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de boom landschappelijke waarde heeft, mede omdat de boomsoort van nature in de regio voorkomt.
Verder is het volgens de rechtbank niet onredelijk dat verweerder een andere boomsoort als herplant eist, en dat herplant op dezelfde locatie niet noodzakelijk is. De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor zijn stellingen over het ontbreken van landschappelijke waarde en de onredelijkheid van de herplantplicht. Ook zijn bezwaren over kosten en reeds geplante bomen zijn niet voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herplantplicht bij de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.