ECLI:NL:RBMNE:2020:2052
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing bijstand op grond van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
Eiser heeft bijstand aangevraagd die door verweerder is toegekend in de vorm van een lening, omdat eiser volgens verweerder wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij had genoten. Verweerder stelde dat eiser geen deugdelijke administratie voerde en daardoor niet kon aantonen bijstandbehoevend te zijn, wat duidde op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, betwistte het tekortschietend besef en vroeg om een termijn voor aanvulling van zijn bezwaargronden, waarop verweerder een termijn gaf. Eiser reageerde niet binnen die termijn. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en zag geen aanleiding tot een hoorzitting. Eiser stelde in beroep dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te hoog was vastgesteld en dat ten onrechte geen hoorzitting had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar geen pro forma bezwaar was en dat verweerder terecht mocht afzien van een hoorzitting gezien het ontbreken van aanvullende gronden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard omdat nieuwe beroepsgronden niet in de bezwaarfase waren ingebracht en daardoor buiten beschouwing bleven. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om bijstand als lening toe te kennen is ongegrond verklaard.