ECLI:NL:RBMNE:2020:2049
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
DARTSTAETE B.V. heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter A. Maas in een civiele procedure met zaaknummer NL19.16018. Verzoekster stelde dat zij tijdens de mondelinge behandeling geen mogelijkheid had gekregen haar standpunten over de subsidiaire vordering toe te lichten, dat zij het proces-verbaal van de comparitie niet ontving en dat de rechter haar verzoeken tot pleidooi en tussentijds hoger beroep zonder motivering afwees. Verzoekster meende hierdoor dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding was.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend omdat de mondelinge behandeling op 16 januari 2020 plaatsvond en het verzoek pas op 23 april 2020 werd ingediend. Ook de afwijzing van procesbeslissingen zoals het niet toestaan van pleidooi en tussentijds hoger beroep vereisen geen motivering en vormen geen grond voor wraking tenzij sprake is van duidelijke vooringenomenheid, wat hier niet werd vastgesteld.
Verder werd het ontbreken van een proces-verbaal toegelicht door het feit dat het wrakingsverzoek het opstellen van het proces-verbaal had doorkruist. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter A. Maas is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.