ECLI:NL:RBMNE:2020:2047
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor onttrekken woning aan woonruimtevoorraad wegens hennepkwekerij
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van een verhuurder tegen een bestuurlijke boete van €7.500,- opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad door het gebruik als hennepkwekerij.
De politie ontving anonieme meldingen van henneplucht waarna een controlebezoek plaatsvond. Hieruit bleek dat vrijwel de gehele woning was ingericht als hennepkwekerij met 245 planten, professionele installaties en een illegale stroomaansluiting die brandgevaar opleverde. Persoonlijke spullen ontbraken en de woning was onbewoonbaar.
De verhuurder voerde aan dat niet het gehele pand was onttrokken aan de woonbestemming en dat hij niet wist van de hennepkwekerij. De rechtbank oordeelde dat het onttrekken van een substantieel deel van de woning aan de woonfunctie voldoende is voor een overtreding. Daarnaast rust op de verhuurder een zorgplicht om zich te informeren over het gebruik van het pand. De verhuurder had slechts voorafgaand aan de huurperiode gecontroleerd en onvoldoende toezicht gehouden.
De rechtbank concludeerde dat de verhuurder zijn zorgplicht niet had nageleefd en daarom terecht als overtreder was aangemerkt. Ook was de opgelegde boete evenredig en niet onredelijk gelet op de omstandigheden en de financiële positie van de verhuurder. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de verhuurder tegen de bestuurlijke boete wegens onttrekken van de woning aan de woonruimtevoorraad is ongegrond verklaard.