ECLI:NL:RBMNE:2020:1973
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met taxatiematrix
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1997. De heffingsambtenaar van de gemeente Vijfherenlanden had de waarde van de woning vastgesteld op €404.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede omdat het een houtskeletwoning betreft waarvan de marktwaarde volgens hem lager zou zijn.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is bepaald door vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, rekening houdend met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte. De rechtbank acht deze methode aannemelijk en voldoende onderbouwd. De stelling van eiser dat de marktwaarde van een houtskeletwoning lager zou zijn, is niet onderbouwd en wordt door de rechtbank verworpen.
De rechtbank concludeert dat verweerder de bewijslast heeft voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Vanwege de coronamaatregelen vond de uitspraak plaats zonder openbare zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €404.000,- blijft gehandhaafd.