ECLI:NL:RBMNE:2020:1973

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
27 mei 2020
Zaaknummer
UTR 19/4003
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met taxatiematrix

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1997. De heffingsambtenaar van de gemeente Vijfherenlanden had de waarde van de woning vastgesteld op €404.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede omdat het een houtskeletwoning betreft waarvan de marktwaarde volgens hem lager zou zijn.

Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is bepaald door vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, rekening houdend met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte. De rechtbank acht deze methode aannemelijk en voldoende onderbouwd. De stelling van eiser dat de marktwaarde van een houtskeletwoning lager zou zijn, is niet onderbouwd en wordt door de rechtbank verworpen.

De rechtbank concludeert dat verweerder de bewijslast heeft voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Vanwege de coronamaatregelen vond de uitspraak plaats zonder openbare zitting.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €404.000,- blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/4003

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2020 in de zaak tussen

[eiser] uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: G.J.R. Mutters)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfherenlanden, verweerder.

Procesverloop

In de beschikking van 30 april 2019 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] (de woning) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op € 404.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 6 september 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift en een taxatiematrix ingediend.
In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart 2020 de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten en alleen zittingen voor urgente zaken door te laten gaan. De griffier van de rechtbank heeft telefonisch contact gehad met partijen, waarbij zij ermee hebben ingestemd om de zaak zonder zitting af te doen. Partijen hebben dat vervolgens schriftelijk bevestigd. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 29 mei 2020.

Overwegingen

1.De woning is een in 1997 gebouwde vrijstaande woning met garage. De woning heeft een inhoud van ongeveer 348 m3 en ligt op een kavel van 480 m2.
2.De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woning zou zijn betaald.
3.Eiser bepleit een lagere waarde. Verweerder handhaaft de vastgestelde waarde en heeft om die te onderbouwen een taxatiematrix overgelegd.
4.Verweerder heeft de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Bij de beoordeling of dit het geval is, zal de rechtbank wat eiser ter betwisting van de vastgestelde waarde heeft aangevoerd meewegen.
5.De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de taxatiematrix aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Uit de taxatiematrix blijkt dat de waarde van de woning is bepaald met behulp van een methode van vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Met de taxatiematrix maakt verweerder aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning wat betreft onder meer gebruiks- en perceeloppervlakte, door de overgelegde grondstaffel te hanteren en voor de woning een lagere prijs per m3 te hanteren dan het gemiddelde van de referentiewoningen. Met de taxatiematrix heeft verweerder de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
6.Wat eiser in beroep aanvoert, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
7.Eiser voert aan dat verweerder er geen rekening mee heeft gehouden dat het een houtskeletwoning betreft. De marktwaarde van een houtskeletwoning ligt naar zijn oordeel, zeker in de traditionele regio waarin hij is gelegen, aanzienlijk lager dan een traditioneel gebouwde woning. De rechtbank overweegt dat verweerder niet langer bestrijdt dat het een houtskeletwoning betreft. Eiser heeft zijn stelling dat de marktwaarde lager ligt, tegenover de betwisting daarvan door verweerder, echter niet onderbouwd. De rechtbank ziet ook geen aanwijzingen om eiser in zijn stelling te volgen. De beroepsgrond slaagt niet.
8.Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.M.J.H. Muijlaert, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 29 mei 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voor zover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat