ECLI:NL:RBMNE:2020:1894

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2020
Publicatiedatum
18 mei 2020
Zaaknummer
20/124
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:38 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:5 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken besluit

Eiseres heeft op 6 januari 2020 beroep ingesteld tegen een onbekend besluit, maar heeft het griffierecht van €48,- niet betaald. De rechtbank heeft eiseres hierop meerdere malen gewezen, onder meer via aangetekende brieven die niet zijn afgehaald en later per gewone post zijn verzonden.

Daarnaast heeft eiseres geen kopie van het besluit of een beschrijving daarvan aan de rechtbank verstrekt, noch toegelicht waarom zij het niet eens is met het besluit. Ook hierop is zij gewezen, maar zonder reactie.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro moet griffierecht worden betaald om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen. Het ontbreken van betaling en het ontbreken van het besluit leiden ertoe dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank zal het beroep daarom niet inhoudelijk behandelen en wijst een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en ontbreken van het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 6 januari 2020 tegen een onbekend besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 15 februari 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Die aangetekend verzonden brief is door eiseres niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Op 9 maart 2020 is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, aan eiseres ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 15 februari 2020 niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven. Dat betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 8:54 van Pro de Awb).
6. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres geen kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is of een beschrijving daarvan aan de rechtbank heeft opgestuurd. Ook heeft zij niet uitgelegd waarom zij het niet eens is met dat besluit. Dat moet wel. Dat staat in artikel 6:5 van Pro de Awb. Ook als hier niet aan wordt voldaan, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Bij aangetekend verzonden brief van 14 februari 2020 is eiseres gewezen op deze verzuimen en is verzocht om dit uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ook deze brief is door eiseres niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Op 4 maart 2020 is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, aan eiseres ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 14 februari 2020 niet opnieuw aanvangt.
7. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven. Ook om die reden is het beroep van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
O. Asafiati, griffier, op 15 mei 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voor zover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
de rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.