Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1953, te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 april 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Het verzoek omvatte meerdere vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege coronamaatregelen telefonisch plaatsvond, verklaarde betrokkene zich niet eens te zijn met het verzoek en uitte zij zorgen over de medicatie en haar autonomie. De psychiater lichtte toe dat betrokkene bij opname psychotisch was en dat opname en verplichte zorg noodzakelijk waren om ernstig nadeel af te wenden, met het oog op stabilisatie en herstel van haar gezondheid.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voorhanden. De zorgmachtiging werd verleend voor een periode van zes maanden, met uitzondering van de opname in een accommodatie die slechts voor twee weken is toegestaan. De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en opname, maar niet het toedienen van vocht en voeding of bewegingsbeperking.
De beschikking is op 8 april 2020 mondeling gegeven door rechter E.P. de Beij en schriftelijk uitgewerkt op 22 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg met uitzondering van toediening van vocht en voeding en bewegingsbeperking, en beperkt opname tot twee weken.