Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Arnhem.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Op woensdag 05 juni 2019, omstreeks 23.00 uur, was ik thuis en ben ik naar bed gegaan. Mijn vrouw was al eerder naar bed gegaan. Wij wonen op het adres [adres] in [woonplaats] . Het betreft een vrijstaand huis met twee woonlagen. (…) Dezelfde nacht, zo rond 02.15 uur, werd ik wakker van een schim en omdat ik werd aangeraakt. (…)Ik schrok en nog voordat ik iets kon doen of zeggen kreeg ik mijn eigen kussen in mijn gezicht geduwd. De persoon hield met een hand mijn pols vast en met de ander sloeg hij mij verschillende keren in mijn gezicht. Met zijn knie drukte hij op mijn middenrif wat het meeste pijn deed. Tegelijkertijd hoorde ik mijn vrouw schreeuwen. (…) Ik zag dat de persoon een bivakmuts droeg en handschoenen aan had. (…) Ik liep mijn kantoor in en zag dat het raam geopend was. De plek waar de personen waarschijnlijk naar binnen zijn gekomen. Ik zag namelijk duidelijke schoensporen. (…) Voor zover ik nu kan zien en beoordelen, is er niets weggenomen." [2]
Op woensdag 5 juni 2019, omstreeks 21.45 uur, ben ik naar boven gegaan. (…) Ik werd wakker. Ik zag iemand boven mij hangen. (…) Ik zag dat de man in het zwart gekleed was en ik zag dat hij een bivakmuts op had. (…) Ik zag dat de man handschoenen aan had. (…) Ik zag en ik voelde dat de man het kussen onder mijn hoofd vandaan trok. Ik zag dat de man het kussen voor mijn gezicht hield. Ik voelde de handschoenen tegen mijn gezicht." [3]
Ik zag dat het opengebroken raam zich bevond in de voorgevel van het bijgebouw. Het betrof een houten schuifraam dat met metalen stiften kon worden afgesloten. (…) Ik zag dat de metalen stiften waren verbogen. (…) De aangever verklaarde dat er op de overloop een aantal kastdeuren waren geopend maar dat er niets weg leek te zijn genomen." [4]
V: Wat kunt u vertellen over het aantreffen van de handschoenen en bivak muts?
Hij vertelde ons dat zijn buurvrouw bij hem aan de deur kwam en vertelde dat ze een bivakmuts en handschoenen had gevonden in de berm, vlakbij zijn woning. Hij is met haar meegelopen en zij had al plastic zakjes van huis gehaald. (…) [slachtoffer 1] heeft de plastic zak toen dichtgemaakt en heeft de plastic zak mee naar huis genomen. (…) Toen de politie kwam, hebben ze de bivakmuts en handschoenen in andere zakken gedaan en meegenomen. [slachtoffer 1] verklaarde ons dat er niemand in de tussentijd bij de plastic zak was geweest." [8]
Politie Eenheid Midden-Nederland heeft verzocht handschoenen AABY4342NL en bivakmuts AAIE8720NL te onderzoeken op de aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van wie het DNA op dit onderzoeksmateriaal afkomstig kan zijn.
Politie Eenheid Midden-Nederland heeft verzocht de buitenzijden van handschoenen AABY4342NL en bivakmuts AAIE8720NL te onderzoeken op de aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA. Tevens is verzocht het referentiemateriaal van slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te onderwerpen aan een DNA-onderzoek en de verkregen DNA-profielen te betrekken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of er DNA op de handschoenen en bivakmuts aanwezig is dat afkomstig kan zijn van slachtoffers [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] .
In het onderzoek (…) naar aanleiding van een gepleegde poging overval woning aan de [straat] te [woonplaats] , werd gebruik gemaakt van de bevoegdheid als genoemd in artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering, interceptie van telefoonverkeer. (…) Naar aanleiding van het eerste deel onderzoek telecommunicatie werden ook de gesprekken gevoerd met het telefoonnummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , opgenomen en teruggeluisterd. Deze nummers bleken in gebruik bij [A] , de vriendin van verdachte [medeverdachte] .
- het DNA-spoor is aangetroffen op soortgelijke voorwerpen die blijkens de aangifte van de heer [slachtoffer 1] en getuigenverklaring van mevrouw [slachtoffer 2] zijn gebruikt tijdens de overval (beide daders hadden een bivakmuts op en handschoenen aan);
- de bivakmuts en handschoenen kort (één dag) na de overval zijn gevonden in de buurt van de woning van de heer [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2] ; en
- op de bivakmuts en handschoenen DNA-sporen zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van de heer [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2] .
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
- aanpassing alarmsysteem € 1.983,38
- cilinderslot en driepuntssluiting achterdeur € 339,08
10.BESLAG
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
4 jaar;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] tot vergoeding van de kosten ‘aanpassing alarm’ af;
- verklaart [slachtoffer 1] voor de gevorderde ‘kosten cilinderslot en driepuntssluiting’ niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [slachtoffer 1] in de kosten door verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] van € 295,56 toe;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door [slachtoffer 2] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 295,56 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.