ECLI:NL:RBMNE:2020:1769
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens onvoldoende duidelijke aanwijzingen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen waarin een medisch onderzoek werd opgelegd en zijn rijbewijs werd geschorst. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen de schorsing van zijn rijbewijs.
Tijdens de mondelinge behandeling via een Skype-verbinding werd vastgesteld dat verzoeker het rijbewijs nodig heeft voor zijn bedrijf en dat de schorsing ernstige gevolgen heeft. Verweerder baseerde zijn besluit op een e-mail van verzoeker en een verklaring van de huisarts over paniekaanvallen in groepen en afgesloten ruimtes, in combinatie met ADHD.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze aanwijzingen onvoldoende zijn om de schorsing te rechtvaardigen, omdat de paniekaanvallen zich niet voordoen tijdens het autorijden. Daarom werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs van verzoeker wordt geschorst wegens onvoldoende duidelijke aanwijzingen voor geestelijke ongeschiktheid.