Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2020:1701

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2020
Publicatiedatum
29 april 2020
Zaaknummer
499195
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 25 WzdArt. 26 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1935, wegens een psychogeriatrische aandoening (dementie).

Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege de coronacrisis, gaf betrokkene aan thuis te willen blijven wonen en verzette zich tegen opname. De advocaat pleitte daarom voor afwijzing van het verzoek. De zoon van betrokkene bevestigde de bevindingen in de stukken, terwijl de casemanager dementie de ernstige medische en verzorgingsproblemen toelichtte, waaronder diabetes, nierfunctiestoornissen, valrisico en wondjes in de mond.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan dementie die leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Ondanks het verzet van betrokkene is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging.

De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 2 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/499195 / FA RK 20-1823
rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 2 april 2020, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat: mr. M. van Harskamp.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit d.d. 27 februari 2020;
- de medische verklaring d.d. 25 februari 2020;
- de aanvraag d.d. 26 februari 2020;
- het machtigingsformulier d.d. 26 februari 2020.
1.2
De mondelinge behandeling heeft vanwege de coronacrisis telefonisch plaatsgevonden op 2 april 2020.
1.3
Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de betrokkene,
- de advocaat,
- mevrouw [A] , casemanager dementie,
- de heer [B] , zoon van betrokkene.
1.4
De rechtbank heeft mondeling uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt.

2.Beoordeling

2.1
Betrokkene heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat zij thuis wil blijven wonen en het onzin vindt dat er een verzoek ligt tot opname en verblijf. De advocaat van betrokkene heeft daarom gepleit voor afwijzing van het verzoek. De zoon van betrokkene heeft gezegd dat wat in de stukken staat ook zijn bevindingen zijn. De casemanager heeft op de mondelinge behandeling verteld dat er niet alleen zorgen zijn over de diabetes en nierfunctiestoornissen van betrokkene nu zij slecht eet en drinkt, maar door de verslechterde toestand van betrokkeneer is er ook sprake van valrisico en heeft zij last van wondjes in haar mond.
2.2
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
2.3
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.4
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Dit blijkt uit de stukken en hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken.
2.7
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, te weten tot en met 2 oktober 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 oktober 2020.
Deze beschikking is op 2 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 14 april 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.