Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[woonplaats] , [adres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
onder meer zijn zus [slachtoffer 1] is gebleken dat verdachte in de nacht van 15 op 16 april 2020opnieuw meermalen de voicemail van zijn zus heeft ingesproken. Hierop is verdachte aangehouden op grond van artikel 84 Wetboek Pro van Strafvordering. De rechtbank heeft hierop op 21 april 2020 de opheffing van de schorsing bevolen. Met instemming van de officier van justitie en de raadsvrouw en verdachte heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting niet heropend maar besloten om dit vonnis uit te spreken.
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 300 dagen;
een gedeelte van 120 dagen gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 jaren vast;
bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren;
op geen enkele wijze – direct en/of indirect – contact zal opnemen, zoeken en/of hebben met:
[slachtoffer 1] ,
[slachtoffer 3] ,
[slachtoffer 4] ,
[A] ,
[slachtoffer 2];
vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaaris;
( art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )