ECLI:NL:RBMNE:2020:157
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stijnen
- E.M. van der Linde
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor kappen van 33 bomen in Laren
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren verleende aan Gooisch Bouwen B.V. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning en het kappen van in totaal 33 bomen op een adres in Laren. Stichting Verenigde Kolonie stelde beroep in tegen het besluit om de vergunning voor het kappen van de bomen te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader voor het kappen van bomen de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Laren is, waarbij het college een discretionaire bevoegdheid heeft om een vergunning te weigeren op basis van bepaalde waarden zoals landschappelijke en beeldbepalende waarde. De rechtbank stelde vast dat het college zich terecht heeft gebaseerd op het advies van de gemeentelijke groendeskundige, die de bomen heeft geïnventariseerd en beoordeeld.
Hoewel de bomen waarden bezitten die een vergunning kunnen weigeren, heeft het college een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de bouw van een onderkelderde woning en de veiligheid en duurzaamheid van de bomen zwaarder wogen. De rechtbank verwierp het betoog dat een kleinere bouwkuil gegraven had kunnen worden om meer bomen te sparen, omdat dit niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 10 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 33 bomen wordt ongegrond verklaard.