ECLI:NL:RBMNE:2020:1527
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring na relatiebeëindiging wegens voldoende woonvoorziening voor minderjarig kind
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd om voorrang te krijgen bij de toewijzing van een sociale huurwoning na het verbreken van haar relatie. Zij woonde met haar dochter bij haar ex-vriend, maar moest deze woning verlaten. De dochter kan af en toe bij eiseres verblijven, maar woont vanwege school in Woerden.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de vader van het kind, die al meer dan tien jaar als woningzoekende staat ingeschreven, binnen korte tijd een woning kan vinden en daarmee in de woningbehoefte van het kind kan voorzien. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft getoetst aan de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 en dat aan de voorwaarden voor urgentie op sociale gronden niet is voldaan.
De rechtbank erkent de moeilijke situatie, maar stelt dat verweerder niet hoeft te beoordelen wat de meest wenselijke woonsituatie voor het kind is, maar alleen of het kind bij één van de ouders kan wonen. De toepassing van de hardheidsclausule is niet aangewezen omdat geen bijzondere hardheid is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard omdat de vader van het minderjarige kind kan voorzien in de woningbehoefte.