Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
KPN B.V., gevestigd in Rotterdam.
Rechtbank Midden-Nederland
In oktober 2018 verleende het college van burgemeester en wethouders van Lelystad een omgevingsvergunning aan KPN voor de bouw van een telecommunicatiemast in de wijk De Punter. De bouw startte in maart 2020 en werd inmiddels afgerond. Omwonenden dienden begin maart 2020 bezwaar in tegen de vergunning, omdat zij zich onvoldoende geïnformeerd voelden over de precieze locatie van de mast en bezorgd waren over hun woon- en leefklimaat.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk is, ondanks dat het na de wettelijke termijn van zes weken werd ingediend, vanwege gebrekkige publicatie van de vergunning. De rechter stelde vast dat het college de bezwaarprocedure inhoudelijk moet beoordelen. De voorzieningenrechter ging niet in op de inhoudelijke gronden van het bezwaar, omdat dit primair aan het college toekomt.
Bij de belangenafweging vond de voorzieningenrechter dat het belang van KPN bij het behouden van de reeds gebouwde mast zwaarder weegt dan het belang van de omwonenden bij schorsing van de vergunning. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de vergunning voorlopig blijft gelden en de mast mag blijven staan totdat het college een besluit neemt op het bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de omgevingsvergunning voorlopig blijft gelden en de zendmast mag blijven staan.