Uitspraak
1.Inleiding
2.Beoordeling
- twee facturen van accountant [accountant] , voor € 320,65 en voor € 1.160.09;
- een bedrag van € 11.834 dat [eiseres] van haar ouders gekregen heeft;
- opnamen van [eiseres] van in totaal (ten minste) € 5.730.
:
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen twee erfgenamen, broer en zus, over de verdeling van de nalatenschap van hun overleden ouders. De ouders hadden testamenten uit 1991, waarbij de vader in 2014 en de moeder in 2018 zijn overleden. De erfgenamen verschillen van mening over diverse posten, waaronder facturen van een accountant, schenkingen aan de zus en opnamen van geld door de zus uit de rekening van de moeder.
De rechtbank constateert dat er naast het zakelijke geschil ook een persoonlijke dimensie speelt, namelijk de mantelzorg die de zus aan de moeder heeft verleend. Hoewel dit geen directe invloed heeft op de nalatenschapsverdeling, kan het relevant zijn voor onderlinge verwachtingen en verantwoording.
De rechtbank bespreekt de verschillende posten: een factuur van fiscale werkzaamheden die de zus heeft betaald en vergoeding verlangt; een tweede factuur die de broer heeft betaald en waarvan onduidelijk is of deze voor de nalatenschap is; een bedrag van €11.834 dat de zus van de ouders heeft ontvangen en dat mogelijk als schenking of voorschot op de erfenis moet worden gekwalificeerd; en opnamen van geld door de zus uit de rekening van de moeder op grond van een volmacht met verantwoordingplicht.
De rechtbank wijst op de bewijslast die partijen hebben voor hun stellingen, de juridische betekenis van schenkingen versus voorschotten, en de voorwaarden van de volmacht. De procedure wordt aangehouden vanwege corona-maatregelen, en partijen krijgen gelegenheid schriftelijk te reageren en te overleggen over het vervolg.
Uitkomst: De behandeling wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid schriftelijk te reageren en overleg te plegen.