Uitspraak
[eiseres sub 1],
[eiser sub 2],
[verweerster sub 1],
[verweerder sub 2],
[verweerder sub 3],
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat de nalatenschap van een in 2015 overleden vader centraal, die in zijn testament uit 2014 zijn echtgenote en twee kinderen tot erfgenamen benoemde, terwijl twee andere kinderen onterfd zijn. De onterfde kinderen vorderen een verklaring voor recht over de omvang van de legitimaire massa en betaling van hun legitieme portie.
Vanwege de corona-maatregelen is het niet mogelijk een zitting te plannen, waardoor de rechtbank besluit de procedure aan te houden en partijen een tweede schriftelijke ronde te geven. In deze ronde moeten partijen ingaan op een beperkt aantal kernpunten, waaronder de opeisbaarheid van de vordering pas na het overlijden van moeder, de omvang van de legitimaire massa inclusief de vraag of bepaalde kosten en schenkingen als giften moeten worden meegeteld, en de vraag of schenkingen voor de helft van moeder afkomstig zijn.
De rechtbank geeft de eisers vier weken de tijd om schriftelijk te reageren op deze punten, waarna de verweerders ook schriftelijk mogen reageren. Partijen worden tevens uitgenodigd om overleg te plegen en een regeling te treffen. Dit instructievonnis is uitgesproken door rechter S.H. Gaertman op 8 april 2020.
Uitkomst: De rechtbank houdt de behandeling aan en stelt een tweede schriftelijke ronde in vanwege corona-maatregelen.