ECLI:NL:RBMNE:2020:1268

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2020
Publicatiedatum
1 april 2020
Zaaknummer
C/16/499071
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 3:2 Wvggz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1942. Betrokkene verblijft in een psychiatrische inrichting en wordt behandeld voor bipolaire stemmingsstoornissen.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene dat hij zich niet herkent in de diagnose en wenst naar huis te gaan. De arts in opleiding lichtte toe dat betrokkene sinds januari manische episoden vertoont met visioenen en gevaarlijk gedrag, mede veroorzaakt door het recente overlijden van zijn echtgenote. De medicatie werkt nog niet volledig en het steunsysteem is overbelast.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor de veiligheid van personen en goederen, veroorzaakt door het gedrag voortvloeiend uit de psychische stoornis. Voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk en proportioneel, gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en de effectiviteit van de zorg.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 6 april 2020, met verplichte zorgvormen zoals medicatie, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie.

De beschikking is mondeling gegeven door rechter A.C. van den Boogaard en schriftelijk uitgewerkt op 25 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 6 april 2020.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/499071 / FA RK 20-1796
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 16 maart 2020,naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [1942] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
verblijvende te Altrecht, locatie [locatie] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.L.L.L. Maalsté.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 12 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 12 maart 2020;
  • de medische verklaring d.d. 12 maart 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2020 te Altrecht, op de locatie [locatie] te [woonplaats] .
1.3.
Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de betrokkene,
- de advocaat (telefonisch),
- mevrouw [A] , arts in opleiding.
Verder waren aanwezig:
  • mevrouw [B] , verpleegkundige,
  • de heer N. Maris, waarnemend psychiater.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro, opgenomen:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.2.
Betrokkene heeft verklaard dat het goed met hem gaat. Het is zijn wens om naar huis te gaan. Zijn echtgenote is kortgeleden overleden en hij is net toegekomen aan het rouwen. De advocaat van betrokkene licht toe dat de situatie van betrokkene sinds de vorige voortzetting van de crisismaatregel niet is veranderd. Hij verwijst dan ook naar zijn standpunt bij de vorige mondelinge behandeling op 27 februari 2020. Dat houdt in dat betrokkene zich niet herkent in de gestelde diagnose. Hij is gelovig en ontvangt tekenen van de Heilige Geest. Betrokkene wil graag naar huis en is in staat om voor zichzelf te zorgen. Daarnaast is hij bereid om thuis hulpverlening toe te laten en medicatie te accepteren.
2.3.
De arts in opleiding heeft verklaard dat betrokkene sinds januari manische episoden heeft. Hij heeft visioenen en ziet dingen in vuur, wat tot gevaarlijke situaties heeft geleid. Zo heeft hij een keer blokken hout uit vuur gehaald. Hij stelt ook dat hij met zijn buurvrouw is getrouwd. De buurvrouw heeft aangegeven bang te zijn voor betrokkene. De factor voor de ontregeling is waarschijnlijk het overlijden van de echtgenote van betrokkene. Betrokkene krijgt nu de juiste dosering aan medicatie, maar het heeft tijd nodig voordat het volledig werkt. De verwachting is dat betrokkene thuis met de medicatie zal stoppen. Bovendien heeft het steunsysteem van betrokkene te kennen gegeven overbelast te zijn. Voortzetting van de crisismaatregel is gelet op het voorgaande van belang.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in de algemene veiligheid van personen of goederen. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire stemmingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden, en aldus geldt tot en met 6 april 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [1942] te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 april 2020.
Deze beschikking is op 16 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. van den Boogaard, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 25 maart 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.