Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
C/16/497285 / FA RK 20-1139 (Verzoek om schadevergoeding)
Rechtbank Midden-Nederland
De betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Utrecht en verzocht om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid. Kern van het geschil was of de burgemeester had voldaan aan de hoorplicht volgens artikel 7:1 lid 3 sub b Wvggz Pro en of een crisismaatregel na een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel rechtmatig kon worden opgelegd.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de betrokkene expliciet had geweigerd om gehoord te worden, en dat de burgemeester zich op de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater mocht baseren. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden. Tevens werd geoordeeld dat het wettelijk systeem het mogelijk maakt dat na een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel opnieuw een crisismaatregel kan worden opgelegd als aan de criteria wordt voldaan.
De rechtbank verwierp het betoog dat een aansluitende zorgmachtiging had moeten worden aangevraagd, omdat de behandeling gericht was op vrijwillige zorg en het nog niet verantwoord was betrokkene te ontslaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze beslissing staat cassatie respectievelijk hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.