Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in / verblijvende te P.I. Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
( de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) [3] Ik herkende hem aan zijn kleding signalement. Ik zag namelijk dat hij gekleed was in het lichtgekleurde colbert. Ik zal hem hierna verdachte 1 noemen. Ik zag dat er tussen het groepje jongens een jongen stond met een wit t-shirt aan. Ik zal hem hierna verdachte 2 noemen. Ik zag op de camerabeelden dat de aangever op een scooter zat. Ik zag dat er 3 jongens om hem heen stonden, waaronder verdachte 1 en verdachte 2. [4] Ik zag ook dat verdachte 1 heel dicht tegen de aangever aan ging staan. Ik zag dat verdachte 2 om de aangever heen liep. Ik zag dat verdachte 1 nu aan een kant stond, verdachte 2 aan de andere kant stond. Ik zag dat verdachte 2 de groep inliep en iets naar achter liep. Ik zag dat hij wees met zijn vinger in de richting van de aangever. Ik zag dat hij iets verder naar achteren liep een aanloop nam en zijn linkerbeen ophief en de aangever trapte ter hoogte van zijn borst. Ik zag dat de aangever hierdoor naar achteren schoot. Ik zag dat verdachte 1 op dat moment aan de zijkant van de aangever stond. Ik zag dat verdachte 1 nadat verdachte 2 hem die trap gaf vanaf de zijkant met zijn rechterhand sloeg tegen het gezicht van de aangever. Ik zag dat de aangever direct hierna van de verdachte 1 nog een vuistslag kreeg in zijn gezicht en tegelijkertijd trapte verdachte 2 de verdachte
(de rechtbank begrijpt: de aangever) nog een keer ter hoogte van zijn borst. Ik zag dat verdachte 2 de lantarenpaal vastpakte en zijn been hoog omhoog hief om de aangever te trappen. Ik zag dat de aangever hierna ten val kwam en op de grond lag. Nadat de aangever ten val kwam zag ik dat verdachte 2 zijn been uithaalt en de aangever trapt. Ik kon doordat er een boom in het beeld staat niet zien waar de trap de aangever raakte, maar ik kon wel zien dat dit op zijn bovenlichaam is. Ik zag dat verdachte 1 boven de aangever staat en zijn been beweegt richting de aangever. Ik zag dat verdachte 2 zijn rechterhand balde tot een vuist en deze omhoog hief. Ik zag dat hij uithaalde en de aangever tegen zijn gezicht sloeg. Ik zag dat verdachte 2 de aangever nog een trap gaf ter hoogte van zijn onderrug, terwijl de aangever nog op de grond lag. [5]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] )kon ik beide heren herkennen. Toen ik de tweede set videobeelden bekeek zag ik dat dat dezelfde jongeman in het opvallende witte t-shirt met opdruk op de toonbank leunde. Ook hier herkende ik [verdachte] . [8]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
(meer subsidiair)bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: poging tot zware mishandeling
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
een pogingtot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar het feit is wel samen met een ander gepleegd, hetgeen strafverhogend is. Bovendien is er wel degelijk fors letsel ontstaan bij het slachtoffer waar hij veel last van heeft ondervonden en nog steeds vindt. Ook vond het strafbare feit plaats in de openbare ruimte en wordt het door de rechtbank beschouwd als zogenoemd uitgaansgeweld.
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer]
- zich niet ophoudt bij de woning van [slachtoffer] , adres: [adres] te [woonplaats] en de cafetaria van [slachtoffer] , te weten [cafetaria] , adres: [adres] te [woonplaats] .
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren.
- beveelt dat verdachte
- zich niet ophoudt in bij de woning van [slachtoffer] , adres: [adres] te [woonplaats] en de cafetaria van [slachtoffer] ‘ [cafetaria] ’, adres: [adres] te [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer]
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 9.261,04;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 9.261,04 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 81 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.