Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd Justitieel Complex Zaanstad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
1.
2.
3.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN EN VERDACHTE
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.
poging tot doodslag.
7.OPLEGGING VAN STRAF
dr. C.J.F. Kemperman, psychiater;
drs. I. van Asselt, Gz-psycholoog.
P.E. Booij, reclasseringswerker bij Tactus Reclassering Flevoland;
C. Kleine, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam;
8.BESLAG
9.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 1]
€ 1.160,59 euro, toewijsbaar is. Daarnaast zijn ook de kosten van de psycholoog, het ziekenhuis en de vliegtickets van de partner van de benadeelde partij, toewijsbaar.
€ 210,00 komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 210,00 toewijzen.
10.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]
€ 120,00 komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 120,00 toewijzen.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 6.470,59;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 6.470,59 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 5.733,07;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.733,07 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 maart 2019.