ECLI:NL:RBMNE:2019:860
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. Vonk
- H.E. Spruit
- Y.E. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over toedracht
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling op 19 september 2018 te Utrecht. De tenlastelegging betrof het steken met een mes in de schouder en het trachten te steken in het hoofd en/of borst van het slachtoffer. De rechtbank baseert haar oordeel op het ontbreken van overtuigend bewijs en inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en getuigen.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd vanwege teruggenomen verklaringen van getuigen en twijfel over de wijze waarop het letsel is ontstaan, mogelijk door een val. De verdediging voerde aan dat verdachte in een noodweersituatie handelde nadat hij met een ijzeren staaf werd aangevallen en dat getuigen beïnvloed waren door het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer niet betrouwbaar waren, mede door tegenstrijdigheden en het achterhouden van informatie. Getuigen kwamen terug op eerdere verklaringen over het zien van een mes, en de enige getuige die vasthield aan zijn verklaring gaf tegenstrijdige verklaringen af. De verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer met een staaf sloeg, leidde niet tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De rechtbank achtte het niet uitgesloten dat het letsel door een val was ontstaan.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte werd vrijgesproken. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling.