Uitspraak
2.De procesgang
3.De behandeling
4.De beslissing
- verklaart het bezwaarschrift gegrond;
- bepaalt dat 50 uren taakstraf moeten worden verricht binnen 6 maanden na heden.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 november 2019 het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen de omzetting van zijn taakstraf in vervangende hechtenis. De veroordeelde had niet gereageerd op uitnodigingen van de reclassering en was niet begonnen met zijn werkstraf. De reclassering achtte de taakstraf daardoor niet uitvoerbaar.
De veroordeelde verklaarde echter dat hij zijn post via begeleiding ontvangt en geen uitnodigingen had ontvangen. Hij heeft een baan en werkt aan zijn schulden, die hij zou verliezen bij detentie. Hij toonde bereidheid om alsnog de taakstraf te voltooien en erkende dat hij eerder contact had moeten zoeken.
De rechtbank constateerde dat door een administratieve fout in het extract vonnis vervangende hechtenis was bevolen in plaats van vervangende jeugddetentie, wat in strijd was met het adolescentenstrafrecht. De veroordeelde had hierdoor onterecht anderhalve dag in een penitentiaire inrichting doorgebracht.
Gezien de omstandigheden en de bereidheid van de veroordeelde om de taakstraf uit te voeren, verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond. De veroordeelde krijgt zes maanden de tijd om de resterende taakstraf van 50 uren te voltooien, waarbij 4 uren in mindering worden gebracht voor de tijd die hij in detentie heeft doorgebracht.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en veroordeelde krijgt zes maanden om 50 uren taakstraf te voltooien.