ECLI:NL:RBMNE:2019:6680

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 september 2019
Publicatiedatum
13 november 2020
Zaaknummer
16/204949-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 26 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 27 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het onbevoegd bezit van alarmpistool, boksbeugels, ploertendoder en munitie met verminderde toerekeningsvatbaarheid

Op 16 oktober 2018 werd verdachte in Utrecht betrapt met een alarmpistool, 23 scherpe patronen, meerdere boksbeugels en een ploertendoder. Verdachte bekende de feiten en er was geen vrijspraakverzoek. De rechtbank achtte het bezit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen en proces-verbalen.

De strafbaarheid van de feiten werd vastgesteld conform de Wet wapens en munitie. Verdachte werd niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar kampte met psychische problemen en cannabisgebruik die zijn handelwijze beïnvloedden. Een psychiater bevestigde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was en geen intentie had om anderen te schaden.

De rechtbank legde een taakstraf van 25 uur op, met vervangende hechtenis bij niet-naleving, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het bezit van het alarmpistool werd een geldboete van €300 opgelegd, eveneens geheel voorwaardelijk. De straf weerspiegelt de ernst van het bezit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte kreeg een geheel voorwaardelijke taakstraf van 25 uur en een geldboete van €300 wegens het onbevoegd bezit van wapens en munitie met verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/204949-18 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 september 2019
in de strafzaak tegen
[verdachte]geboren op [1988] te [geboorteplaats]
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
( [postcode] ) [woonplaats] , [adres]

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 september 2019.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.A. Leepel en van hetgeen verdachte en mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1 op 16 oktober 2018 in Utrecht een alarmpistool in zijn bezit had;
feit 2 op 16 oktober 2018 in Utrecht 23 scherpe patronen in zijn bezit had;
feit 3 op 16 oktober 2018 in Utrecht 2 boksbeugels in zijn bezit had;
feit 4 op 16 oktober 2018 in Utrecht een ploertendoder in zijn bezit had.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen [1]
Verdachte heeft de onder feit 1,. 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 september 2019;
  • een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 9 en 10;
  • een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pagina 42;
  • een proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van [verbalisant 3] , pagina 26 tot en met 28.
Bewijsoverweging
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
1
op 16 oktober 2018, te Utrecht, een wapen van categorie IV, onder 7, heeft gedragen, te weten een alarmpistool (merk FB Record);
2
op 16 oktober 2018, te Utrecht, voorhanden heeft gehad 23 scherpe patronen (kaliber 22mm LR, merk(en) Eley en Remmington en CCI en Winchester en/of RWS);
3
op 16 oktober 2018, te Utrecht, wapens van categorie I, onder 3, te weten meerdere boksbeugels, voorhanden heeft gehad;
4
op 16 oktober 2018, te Utrecht, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 1 handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 2 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 4 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een taakstraf van 30 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft een alarmpistool, boksbeugels, ploertendoder en munitie voorhanden gehad. Het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee.
Uit het strafblad van verdachte van 14 augustus 2019 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.
F.A. Jamaludin, psychiater bij de Jellinek kliniek , heeft ter terechtzitting een toelichting over de persoon van verdachte gegeven. Verdachte gebruikte in het verleden drugs en veel cannabis. Verdachte had veel last van wanen en psychoses en ging daar op een irrealistische manier mee om. Zijn toenmalige situatie was een combinatie van factoren: hetgeen er in het verleden was gebeurd en wat hij zelf had meegemaakt. Het cannabisgebruik versterkte zijn angsten. Deze angsten waren van invloed op het tenlastegelegde. Het is niet waarschijnlijk dat verdachte op dat moment de intentie had om iemand wat aan te doen.
Een aantal maanden geleden is bij verdachte de knop omgegaan. Het gaat nu veel beter met verdachte. Hij is drugsvrij, heeft zijn cannabisgebruik sterk geminderd en neemt zijn medicatie volgens voorschrift in. Ook heeft hij een dagbesteding. De contacten zijn nu minder frequent en als het zo blijft gaan, dan wordt overwogen om de hulp en begeleiding geleidelijk af te schalen. De hulp en begeleiding die verdachte nu op vrijwillige basis van de Jellinek kliniek ontvangt is voldoende. Reclasseringstoezicht in een strafrechtelijk kader heeft op dit moment geen meerwaarde.
Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij in de periode van het tenlastegelegde dacht dat hij achtervolgd en bedreigd werd en daarom, enkel voor zijn eigen veiligheid, de wapens bij zich droeg en een kogelwerend vest aan had. Sinds hij gestopt is met blowen heeft hij deze gedachten niet meer.
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat, gelet op hetgeen de deskundige naar voren heeft gebracht over de persoon van verdachte, het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte toegerekend kan worden.
De rechtbank heeft uit hetgeen ter terechtzitting besproken en naar voren is gebracht, niet de indruk gekregen dat verdachte de wapens bij zich had met de intentie om anderen iets aan te doen.
De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie omdat het onder feit 1 bewezenverklaarde een overtreding betreft, voor welk feit een aparte straf dient te worden opgelegd.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 een taakstraf van 25 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 12 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is.
Ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank een geldboete van
€ 300,00, bij niet betalen te vervangen door 6 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen
  • 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en
  • 13, 26, 27, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie,
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot:

ten aanzien van feit 2, 3 en 4

- een taakstraf van 25 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 12 dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
- bepaalt dat de taakstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
ten aanzien van feit 1
- een geldboete van € 300,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 6 dagen;
- bepaalt dat de geldboete
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2019.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie IV, onder 7, heeft gedragen, te weten een alarmpistool (merk FB Record), in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden
aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daarin in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
( art 27 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
2
hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorhanden heeft gehad (ongeveer) 23 scherpe patronen (kaliber 22mm LR, merk(en) Eley en/of Remington en/of CCI en/of Winchester en/of RWS), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
3
hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een of meer wapen(s) van categorie I, onder 3, te weten een of meer boksbeugel(s), voorhanden heeft gehad;
( art 13 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
4
hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;
( art 13 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2018298638, opgemaakt door de Districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd pagina 1 tot en met 70. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.