ECLI:NL:RBMNE:2019:6578
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor bezit machinegeweren en munitie
Op 15 juni 2018 werden bij verdachte in Utrecht diverse automatische vuurwapens en munitie aangetroffen na een MMA-melding. Verdachte verklaarde op dat moment elders te zijn en voerde aan dat een vroegere vriend, met wie hij een conflict had, de wapens in zijn woning had geplaatst. Dit alibi werd deels ondersteund door verklaringen van familieleden en de vriendin van verdachte.
De rechtbank concludeerde dat het alibi niet overtuigend werd weerlegd door het dossier en dat er geen forensisch bewijs was dat verdachte aan de wapens koppelde. Hierdoor ontbrak het wettig en overtuigend bewijs voor het ten laste gelegde feit.
Hoewel verdachte werd vrijgesproken, stelde de rechtbank vast dat de inbeslaggenomen vuurwapens en munitie onrechtmatig in bezit waren en onttrok deze aan het verkeer om het algemeen belang te beschermen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het bezit van twee machinegeweren, een pistool, patroonmagazijnen en 85 patronen, maar bepaalde dat deze wapens en munitie vernietigd of anderszins uit het verkeer gehaald moesten worden.
Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 8 februari 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken wettig bewijs, maar wapens en munitie worden onttrokken aan het verkeer.