ECLI:NL:RBMNE:2019:6506
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering proceskostenvergoeding voor telefonische hoorzitting WOZ-zaak
Verweerder stelde de WOZ-waarde van de woning vast op €246.000,- voor het belastingjaar 2018. Na bezwaar verlaagde verweerder de waarde naar €215.000,-, wat niet meer in geschil was bij het beroep. Het geschil betrof alleen de toekenning van een proceskostenvergoeding voor een telefonische hoorzitting.
Eiser stelde dat de telefonische hoorzitting gelijkgesteld moest worden met een fysieke hoorzitting, waarover proceskostenvergoeding zou moeten worden toegekend. De rechtbank oordeelde dat een telefonische hoorzitting alleen gelijkgesteld kan worden indien tijdens die hoorzitting ook inhoudelijk over het geschil is gesproken.
In deze zaak bleek uit het telefoongesprek dat verweerder alleen mededeelde dat het bezwaar gegrond werd verklaard en de waarde werd verlaagd, zonder inhoudelijke bespreking. Daarom was er geen hoorzitting in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht en was de weigering van proceskostenvergoeding terecht.
De rechtbank wees het beroep af en gaf geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter L.C. Michon op 7 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van proceskostenvergoeding voor de telefonische hoorzitting wordt ongegrond verklaard.