Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft zonder vergunning een carport, berging en pergola gebouwd en verzocht later om legalisatie via een omgevingsvergunning. Verweerder verleende aanvankelijk de vergunning, maar na bezwaar van een derde-partij werd de vergunning voor de berging herroepen en geweigerd omdat deze niet voldeed aan het Afwijkingenbeleid 2014.
De kern van het geschil betrof de vraag of de berging binnen 25 meter van het hoofdgebouw was gesitueerd, zoals vereist in het beleid. De rechtbank stelde vast dat de berging deels buiten deze straal lag en dat eiser dit ook erkende. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Eiser stelde tevens dat verweerder de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid had kunnen toepassen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet van toepassing was omdat het hier geen geringe afwijking betrof.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de vergunning voor de berging heeft geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de berging.