Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Nu verdachte de hem ten laste gelegde gedragingen, voor zover hij zich daar bewust van is geweest, heeft erkend, zal de rechtbank verdachte aanmerken als een bekennende verdachte. De raadsman heeft ook geen vrijspraak bepleit van wat aan verdachte is ten laste gelegd. Onder deze omstandigheden volstaat de rechtbank met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 28 november 2019;
- het proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2018
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
- ritueel wassen van overledene: € 150,00
- stof voor het wikkelen van het stoffelijk overschot: € 50,00
- kosten uitvaartvereniging: € 2.898,17
- vliegtickets: € 1.095,05
- reiskosten: € 300,00
- taxikosten: € 130,00
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c en 36f van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 10 maanden;
4 maanden,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;