Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
kwam naar mij toe en zei dat hij mij dood ging maken. [verdachte] heeft het voor elkaar gekregen om mij te slaan met een gebalde vuist. Hij sloeg hard want ik zag wit. Dit is nu iets verdikt. Ik voelde opeens dat ik gestoken werd in mijn rug. Ik heb ook gemerkt dat het mes uit mij gehaald werd. Ik heb het lemmet bebloed gezien. Ik dacht eerst dat het gewoon een boks op mijn rug was. Ik heb achterom gekeken en ik zag een hand met het mes en het bloed erop. [2] Die hand was van [verdachte] . Nadat hij mij op mijn rug gestoken had wilde hij mij in mijn rechterzij steken. Ik zag dat hij dit wilde met zijn arm. Vervolgens sloeg [verdachte] mij met het mes in zijn hand in een gebalde vuist tegen mijn hoofd aan tussen mijn ogen. [3]
met een soort swifferstok met schroefdraad liep en begon te slaan op het lichaam van nummer 3. [4] Ik zag dat jongen 3 op de grond lag op zijn knieën en hij werd meerdere malen in zijn gezicht geslagen of gestompt. [5]
en [getuige 3][de rechtbank begrijpt: [getuige 3] ]
waren ingelopen. Ik zag toen dat [verdachte] een staaf in zijn handen had. [6] Ik hoorde dat [verdachte] tegen [slachtoffer] aan het schreeuwen was. Voordat [slachtoffer] ook maar iets tegen [verdachte] kon zeggen, zag ik dat [verdachte] direct [slachtoffer] twee keer met die staaf sloeg. lk zag dat [verdachte] zijn arm omhoog deed terwijl hij die staaf vast had. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] twee keer op zijn linker schouder raakte. Ik zag toen dat [verdachte] ineens een mes in zijn rechterhand had. Ik zag dat hij zijn rechter hand omhoog deed. Ik zag toen dat [verdachte] achter [slachtoffer] kwam te staan en zag dat hij het mes nog steeds in zijn rechterhand vast had. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] in zijn rug stak. [7] Ik zag dat [verdachte] nog wel een keer wilde steken. [8]
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een aangifteformulier winkeldiefstal van de Primark, te Almere, ondertekend op 21 februari 2019 (pagina 001 van proces-verbaalnummer PL0900-2019053583-2);
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 27 november 2019.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging tot doodslag;
diefstal door twee of meer verenigde personen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante behandeling;
- begeleid wonen of ambulante woonbegeleiding;
- drugsverbod;
- alcoholverbod;
- zich inzetten voor het verkrijgen van (zelfstandige) huisvesting, zinvolle dagbesteding en stabiele financiële situatie.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentievan
24 maanden;
8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;