Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.J. Catsburg, de behandelend rechter in een WOZ-zaak, omdat hij verwachtte dat dezelfde rechter de zaak op dezelfde wijze zou beoordelen als in een eerdere vergelijkbare zaak. De wrakingskamer behandelde het verzoek op 3 december 2019, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker pas tijdens de zitting van 26 november 2019 het wrakingsverzoek indiende, terwijl hij reeds op 11 oktober 2019 schriftelijk was geïnformeerd over de naam van de behandelend rechter. Hierdoor was het verzoek niet tijdig ingediend conform artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De wrakingskamer verwierp het verzoek daarom als niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedure in de WOZ-zaak voortgezet wordt zoals die was vóór de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.