ECLI:NL:RBMNE:2019:5622
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek tegen wrakingskamer in OTS-procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer die op 18 november 2019 een spoedeisend wrakingsverzoek behandelde in een zaak over een ondertoezichtstelling (OTS) van zijn minderjarige dochter. Verzoeker stelde dat de wrakingskamer vooringenomen was omdat zij het spoedeisende karakter van het OTS-verzoek erkende en daardoor het beeld van urgentie van de Raad voor de Kinderbescherming overnam.
De wrakingskamer oordeelde dat het agenderen van het wrakingsverzoek buiten het reguliere rooster een procesbeslissing is die niet zonder meer kan worden gezien als vooringenomenheid. De spoedeisendheid van het OTS-verzoek rechtvaardigde een snelle behandeling, maar dit impliceerde geen oordeel over de inhoud of uitkomst van het verzoek.
De wrakingskamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot het oordeel van vooringenomenheid kunnen leiden. De enkele omstandigheid van spoedeisendheid en het buitenrooster behandelen van het wrakingsverzoek volstaan niet als zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. De procedure rond het OTS-verzoek wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond vóór de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.