ECLI:NL:RBMNE:2019:559
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijzing liquidatiezaak naar rechtbank Den Haag
De strafzaak tegen drie verdachten in verband met de liquidatie van Jaïr Wessels op 7 juli 2017 wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland. Het Openbaar Ministerie verzocht om verwijzing van deze zaak naar de rechtbank Den Haag, waar een gerelateerd onderzoek loopt met hoofdverdachten die eveneens worden verdacht van betrokkenheid bij dezelfde liquidatie.
De officier van justitie stelde dat de verwevenheid van de zaken en de verklaringen van een kroongetuige een gezamenlijke behandeling door één rechtbank noodzakelijk maken om verschillende rechterlijke oordelen te voorkomen. De rechtbank Midden-Nederland erkent het belang hiervan, maar stelt dat de strafvorderlijke bevoegdheidsregeling een gesloten stelsel is en dat er geen wettelijke basis bestaat voor een tussentijdse verwijzing van een lopende zaak naar een andere rechtbank.
De rechtbank wees de primaire vordering tot verwijzing af en verwierp ook de subsidiaire vordering waarbij het Openbaar Ministerie vroeg om een andere grondslag te vinden. Tevens wees de rechtbank de suggestie af om de zaken door rechters uit de rechtbank Den Haag binnen Midden-Nederland te laten behandelen, omdat dit geen sluitende oplossing biedt en leidt tot vonnissen door verschillende rechtbanken.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 14 februari 2019, waarbij de rechtbank bevestigde bevoegd te zijn en het verzoek van het Openbaar Ministerie niet toewijst.
Uitkomst: De rechtbank Midden-Nederland wijst het verzoek tot verwijzing van de liquidatiezaak naar de rechtbank Den Haag af wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.