Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
kanbesluiten tot vergoeding van taxikosten op declaratiebasis of door verstrekking van een treintaxikaartje. De uitleg van eiseres, namelijk dat er
op het moment dat wordt gereisdgeen openbaar vervoer beschikbaar is, volgt niet uit (de tekst van) de e-mail. Daarnaast is niet onderbouwd waaruit kan worden afgeleid dat een dergelijke lezing voor de hand ligt of in lijn is met de bedoeling van het beleid van verweerder. Daarbij acht de rechtbank relevant dat eiseres zelf in de hand had op welk moment zij reist en in haar lezing had zij daarmee dus ook in de hand of zij met de taxi kon reizen op kosten van verweerder. Dit verhoudt zich niet met hetgeen wel bepaald is in de toepasselijke regelgeving van verweerder over het gebruik van openbaar vervoer, wat ook bekend is bij eiseres. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voor de lezing van eiseres geen grond is te vinden in de regelgeving en dat zij op grond van wat er met haar is gecommuniceerd met inachtneming van de regelgeving, geen recht heeft op vergoeding van de taxikosten.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de declaratie voor de vergoeding van coachingskosten is afgewezen;