ECLI:NL:RBMNE:2019:5274
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van vertonen schadelijke beelden en ontbloot gedrag in aanwezigheid minderjarige
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 november 2019 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het vertonen van pornografische beelden aan een minderjarige en het zich met ontbloot geslachtsdeel bevinden in aanwezigheid van zijn minderjarige zoon in de woning. De tenlastelegging betrof gedragingen die plaatsvonden tussen 1 januari 2011 en 28 maart 2016 in Hilversum.
Tijdens de terechtzitting van 30 oktober 2019 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. Beide partijen bepleitten vrijspraak. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de tenlastegelegde feiten te bewijzen.
De benadeelde partij, die tevens de minderjarige betrof, had een vordering tot schadevergoeding ingediend. Deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van het tonen van schadelijke beelden en ontbloot gedrag in aanwezigheid van minderjarige.