ECLI:NL:RBMNE:2019:5232
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering villa in Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn villa in Utrecht, welke is vastgesteld op € 2.555.000 voor het belastingjaar 2018 met waardepeildatum 1 januari 2017. Eiser stelt een lagere waarde van € 2.200.000 voor en voert aan dat de gebruikte vergelijkingsobjecten onvoldoende vergelijkbaar zijn en dat waardedrukkende factoren onvoldoende zijn meegewogen.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatierapport en een taxatiematrix, waarbij vier vergelijkbare villa's in Utrecht rond dezelfde bouwperiode en wijk als referentie zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat deze vergelijkingsobjecten passend zijn en dat de villa die eiser aandraagt niet als referentie kan dienen vanwege de verkoopdatum die te ver van de waardepeildatum ligt.
Daarnaast heeft verweerder rekening gehouden met waardedrukkende factoren zoals wildgroei en een oude fundering door een correctie van € 75.000 toe te passen, hetgeen door eiser niet is betwist. De rechtbank wijst ook het argument af dat de waardestijging niet in lijn zou zijn met voorgaande jaren, omdat de WOZ-waarde telkens opnieuw wordt bepaald op basis van actuele vergelijkingsobjecten.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van € 2.555.000 wordt ongegrond verklaard.